News

Miljoeneninvestering toont vertrouwen in groene chemie

Miljoeneninvestering toont vertrouwen in groene chemie

De Gentse chemiereus Oleon investeert 20 miljoen in een nieuwe productie-eenheid voor duurzame cosmetica, smeermiddelen en autolakken. 'Biogebaseerde bedrijven kunnen perfect concurreren met de traditionele variant.'

Oleon, gevestigd in de Gentse havenzone, is de Europese marktleider in oleochemische producten. Het zet plantaardige oliën en dierlijke vetten om in producten als vetzuren en esters, die gebruikt worden als grondstof voor voeding, cosmetica, zepen en coating.

De voormalige Petrofina-dochter opende gisteren in Ertvelde een nieuwe productie-eenheid, waarin ze 20 miljoen euro heeft geïnvesteerd. De nieuwe isostearine-installatie zal jaarlijks zo'n 14.125 ton dimeren (waterafstotende moleculen) en isostearine (temperatuur- en geurresistente vetzuren) produceren. Die worden gebruikt in eindproducten als groene cosmetica, smeermiddelen en autolak. Het bedrijf hoopt zijn wereldwijde marktaandeel bijna te verdubbelen van 15 procent naar 28 producent.

Oleon, dat vroeger vooral bekend was als biodieselproducent, zet de jongste jaren volop in op groene chemie. Als eerste in Vlaanderen koos het voluit voor hernieuwbare grondstoffen. 'Sustainability in de praktijk', riep voormalig CEO Chris Depreeuw in 2012, toen Oleon ruim 8 miljoen euro investeerde in een nieuwe productie-installatie voor de verwerking van dierlijke vetten.

De investering van 20 miljoen euro geeft aan dat de opkomende sector van biogebaseerde chemie vertrouwen heeft in de toekomst. 'Oleon is het perfecte voorbeeld van zo'n biogebaseerde chemie. Het is marktleider in Europa en zet zich al jaren in voor groene en duurzame chemische alternatieven', zegt Wim Soetaert, hoogleraar industriële biotechnologie aan de UGent. 'Dat het zoveel investeert, bewijst dat een biogebaseerde economie geen utopie is.'

Centrum voor bio-energie

Soetaert verkondigt al jaren dat een bio-economie, gebaseerd op hernieuwbare grondstoffen, een grote industriële groeipool wordt. Geen fossiele grondstoffen zoals petroleum of aardgas, maar hernieuwbare biomassa om bioplastics, biochemicaliën en biobrandstoffen te produceren. Hij richtte Ghent Bio-Energy Valley op, die van de Gentse kanaalzone het belangrijkste Belgische centrum voor bio-energie wou maken. 'Die doelstelling hebben we snel bereikt. Gent is nu de grootste biobrandstofcluster en zelfs het centrum van Europa voor biogebaseerde economie.'

Kleine start-ups als AgroSavfe en grote spelers als Oleon investeerden in de Gentse vallei, die al snel haar naam wijzigde in Flanders Biobased Valley. Anno 2018 ziet Soetaert dat biogebaseerde bedrijven in allerlei sectoren - van chemie tot textiel - perfect kunnen concurreren met de traditionele variant.

Sprekend is ook dat de klassieke chemiebedrijven inzetten op duurzaamheid. 'Bijna elke innovatie in die sector gaat richting duurzaamheid. Ze kunnen gewoon niet achterblijven.' De Duitse chemiereus BASF werkt samen met het Nederlandse biochemiebedrijf Avantium aan een grote fabriek voor bioplastic in Antwerpen. Dat plastic is een 100 procent plantaardige tegenhanger van het pet, waar onder meer drankflessen mee worden gemaakt.

Circulaire economie

Uit een Vlaamse studie blijkt dat de brutomarge van de biogebaseerde economie in Vlaanderen tussen 2008 en 2014 met 28 procent is toegenomen. Ruim de helft daarvan is toe te schrijven aan de groene chemie.

Ook Oleon zou de groene chemie geen nichemarkt meer noemen. 'De jongste jaren is de markt zich bewust geworden van de nood aan groene, hernieuwbare grondstoffen. Denk aan duurzame cosmetica. We hebben onze afzet alleen zien stijgen. Een investering kon niet uitblijven', stelt Eddy Feijen, managing director base oleochemicals. 'Vroeger associeerden mensen 'groen' met kwalitatief ondergeschikt, maar dat klopt niet meer. Hernieuwbare grondstoffen zijn minstens even performant of zelfs beter dan chemische producten. Neem de tandwielkasten in een windmolen. Het smeermiddel om de zoveel maanden moeten vervangen, is niet eenvoudig. Dat moet de hele levensloop van een windmolen kunnen meegaan en dan zijn duurzame, groene smeermiddelen ideaal', aldus Feijen.

Hij ziet niet alleen de vraag naar biologische en duurzame producten elk jaar toenemen, hij wijst ook op de aantrekkingskracht van de biogebaseerde economie voor jonge werknemers. 'Ons groene karakter is zeer belangrijk voor jongeren. Dat de oleochemie oplossingen kan bieden voor heersende problemen, trekt veel geïnteresseerden aan. Neem nu het plasticprobleem, heel actueel door de Europese maatregelen tegen wegwerpplastic. De oleochemie kan additieven produceren die plastic makkelijker recycleerbaar maakt.'

De lineaire economie, waarbij grondstoffen uit de grond worden gehaald voor eenmalig gebruik, lijkt dus geen lang leven meer beschoren. Dat denkt ook Soetaert. 'De wereld verandert en daarom moeten we volop inzetten op de circulaire economie. Ook de overheid heeft een rol in het creëren van een aantrekkelijke markt. Dat was zo bij biobrandstoffen en dat zal nu ook gebeuren met plastic.'

Bron: www.tijd.be